Interview Cedric Stalpers (part II)

Door Thom Rommens en Evert-Jan Driesen
12 oktober 2010

Even terug plaatsten we het eerste deel van het interview met Cedric Stalpers. Deze week gaan we verder en presenteren we jullie (met een kleine vertraging, sorry! – red.) deel twee: het informele onderdeel van het interview.

Dan kunnen we misschien nu overgaan tot het informele gedeelte.

(Cedric: Moet ik bier halen?)

Haha! Je geeft aan dat je in het weekend aardig wat doet. Wat zijn nu dingen die jou gelukkig maken?
Enkele zondagen geleden was het een hele mooie najaarsdag. De lichtval vind ik dan erg mooi, en het is fijn dat je in het najaar nog van lekker weer kunt genieten. Ik ben die dag op m’n gemak naar het circus gefietst. Ik vind het bijzonder dat die circusmensen de hele wereld of in ieder geval heel Europa afreizen. Zij stoppen hun ziel en zaligheid in hun act en het mooie is dat je het live kunt meekrijgen. Je voelt je enorm bevoorrecht. Van films kan ik ook echt genieten, maar bij het circus sta je er recht op. Het is mooi dat er niets aan getrukeerd kan worden. Wat je ziet, is het ook echt. Ik ben ook echt circusfan geworden, sinds een jaar geleden toen ik een optreden zag van de studenten van de circusacademie. Wat jullie als marketingstudenten doen is ook hartstikke mooi, maar wat deze mensen van de circusacademie doen, daar krijg je een brok van in je keel. Het zijn hartstikke jonge studenten, tweedejaars, die schitterende dingen doen met dans, toneel en belichting.

Heb je nog mooie hobby’s?
Ik ben een grote James Bond fan.

Zoals alle katholieken in Lourdes de grot aanraken, heb ik de deuren en pilaren van ieder huis van Ian Fleming in London aangeraakt.

Hoe ben je daar ooit in verzeild geraakt?
Mijn pa – en daar zal hij eeuwig spijt van hebben – heeft mij in 1983 meegenomen naar een James Bond film met destijds Roger Moore in de hoofdrol. Ik denk dat James Bond heel veel dingen was, had en meemaakte die ik zelf ook wel wilde. Charisma, humor, klasse, stijl, avonturen, verre locaties, het feit dat iedereen zelf wel eens held wil zijn. Dat is altijd wel blijven hangen. Ik ben naar Londen gegaan en heb door Chelsea gelopen, de wijk waar James Bond heeft gewoond. Ook ben ik alle huizen van Ian Fleming langsgelopen. Ik heb ze alle drie op een wandeltocht bezocht. Zoals alle katholieken in Lourdes de grot aanraken, heb ik de deuren en pilaren van ieder huis aangeraakt. Dat was machtig mooi, in de voetsporen van Fleming treden. Het was ook in het jaar dat Fleming 100 jaar zou zijn geworden. Verder heb ik veel boeken over de films. En, steeds als er een nieuwe Bond uitkomt, ga ik drie keer naar de bios om ‘m te zien.
Ik heb er wel een tic van overgehouden. Ik schrijf zelf korte verhalen in thriller-genre. Geen James Bond-achtige, maar ik denk dat Fleming ze misschien wel zou kunnen waarderen.

Zijn er mensen met wie je deze passie kunt delen?
Dat zijn er best wat. Ik heb een tijd lang een Bond-fancub gerund, voor 10 jaar. De UvT was in mijn tijd al redelijk snel met internet. Via nieuwsgroepen kreeg ik een e-mail van een Nederlander die in Amerika woonde. Hij is ook Bond-fan en eens per jaar bezoekt hij Nederland voor zijn familie. Dan spreken wij ook altijd even af. Dat is al vanaf 1993.

Wat voor fanclub was het?
In Nederland hadden we tussen de 50 en 100 abonnees. Een paar keer per jaar gaven we een boekje uit over James Bond, zeg maar de Markethings voor de James Bond fans. Dat hebben we eigenlijk tien jaar volgehouden, maar het is best een klus om zoiets in je eentje te runnen. Ik vond het hartstikke leuk om te doen en ben er zelfs nog mee op de radio geweest. Ook ben in de Telegraaf en in de Avro-gids verschenen en ik kreeg zelfs een aanbod van Willibrord Frequin. Daar heb ik dan wel de grens getrokken. Het is leuk dat je een maffe hobby hebt, maar daar moet je nog wel je grenzen trekken.

Cedric de schrijver

Je gaf aan dat je zelf schrijft. Hoe ver gaat dat? Heb je ook gepubliceerd?
Van de korte verhalen die ik schrijf, heb ik er een aantal uitgegeven. De laatste tien jaar schrijf ik ieder jaar steeds één verhaal. Van echt publiceren is het nog niet gekomen.

Hoe lang is een kort verhaal?
Een pagina of twintig. Je stapelt een heel jaar lang ideeën op die je vervolgens kwijt kunt in dat werk. Ik heb nog niet echt een idee voor een goed boek. Met een compleet boek ben je ook al snel twintig tot vijfentwintig uur per week kwijt. Dat is niet te doen naast je normale werk.

Hoe zijn de verhalen te typeren?
In het begin schreef ik heel erg James Bond-achtig. Toch heb ik zelf niet bij de geheime dienst en het leger gezeten en ben niet echt een vrouwenverslinder, dus uiteindelijk was dat niet het genre waar ik op door moest gaan. Wel zat ik tien jaar geleden in de politiek en zo vormde dat de aanleiding van het eerste verhaal. Het ging over een campagneleider die tegen de wind in zijn partij de verkiezingen moest laten winnen, terwijl hij op moest boksen tegen een corrupt regime. Dit regime had dubieuze connecties en liet ook mensen verdwijnen.  De campagneleider probeert een soort coalitie te smeden, maar wordt halverwege ontvoerd en dan is het de vraag hoe het verder gaat lopen. Kan hij op tijd ontsnappen en voor een stunt bij de stembus zorgen? Net als Ian Fleming 14 Bondboeken en Leslie Charteris een arm vol Saint boeken geschreven heeft, is dat inmiddels ook zo met mijn personage (Pierce Cross) gebeurd. Hij heeft een hele loopbaan door de politiek gemaakt en belandt ieder avontuur ergens anders, waaronder in het laatste avontuur zelfs in het circus.

Het is wel steeds dezelfde hoofdpersoon?
Ja, op een gegeven moment ben je toch op een bepaalde manier vastgekleefd aan een personage zoals de andere schrijvers dat ook hebben. Je gaat een personage creëren dat op jezelf lijkt.

Is dat zo?
Ja, hij is wel iets knapper en kan beter autorijden en schieten met een pistool, maar verder zijn er wel overeenkomsten. Ik zou het moeilijk vinden om iemand te beschrijven die heel anders is dan mezelf.

Is het ook zo dat jij je inleest voor het schrijven van je boeken?
Frederick Forsyth zegt wel eens dat een boek schrijven een half jaar research en een half jaar schrijven omvat. Ik probeer me altijd zo goed mogelijk in te lezen. Zo heb ik een tijd terug een verhaal geschreven dat zich afspeelde op een gekaapte onderzeeër. Op internet kun je veel vinden, maar lang niet alles. Op een gegeven moment heb ik daarom in de bieb alle boeken over onderzeeërs geleend. Ook ben ik naar het marinemuseum in Den Helder geweest om een onderzeer van binnen te bekijken. Voor ieder verhaal heb ik wel research gedaan. Ook met het circusboek ging dat zo. Ik heb wat mensen gesproken in het circus. Het was voor mij ook belangrijk te weten hoe een circus ruikt. Dat soort stomme details moet je vaak weten, gewoon om een verhaal tot leven te krijgen.

Is er altijd een happy end?
Nee, bewust niet. In het ene verhaal wordt de politicus afgezet als minister van Defensie, in het andere verhaal komt een goede vriend van hem te overlijden. Ik wil hem geen onkwetsbare superheld maken, liever een menselijk hoofdpersoon. Ik hoop verder dat ik een goed moreel besef meegeef. In de politiek zitten meestal veel schurkachtige mensen die er eigenlijk zitten om hun ego te dienen. Dat heeft mijn personage duidelijk niet. Het is de vraag in hoeverre fatsoenlijke mensen in de politiek kunnen komen. Te eerlijk, te netjes, te oprecht en te weinig manipulatief is niet handig. Politiek is geen leuk beroep en ik wilde er op een gegeven moment van weg.

Heb je misschien iets meegemaakt dat dit voedde?
Politieke partijen hebben veel vrijwilligers en die doen veel. Ik heb zowel uit fatsoen als welbegrepen eigenbelang geweten dat je hoffelijk moet zijn tegen deze mensen. Een keer was er een fractievoorzitter die zo graag zichzelf wilde bewijzen dat hij over een vrijwilliger opmerkte dat hij maar een sloofje was. Als je op zo’n manier over je vrijwilligers spreekt, gaan mijn nekharen overeind staan. Dat was voor mij de druppel.

Scheelt die houding niet per politieke partij?
Forget it! Verhalen van manipulatie en ellebogenwerk komen overal voor. Kiezers van partij A kunnen anders in elkaar zitten dan kiezers van partij B. Bestuurders en leden van beide partijen verschillen daarentegen weinig.

Is het zo dat “evil prevails if good men fail to act”? Je schrijft in je boeken over corruptie en slechte mensen in de politiek. Is het een soort frustratie van jou geweest en had je niet juist door moeten gaan in de politiek?
Een tweede belangrijke reden dat ik niet in de politiek door ben gegaan is dat als je in een politieke partij zit, je eigenlijk heel weinig invloed hebt. Het grootste deel van het beleid wordt gemaakt door ambtenaren en van een oorspronkelijk plan blijft heel weinig over. Ik merkte weinig effect en kreeg te weinig “return on investment”. Als je begeleidt bij afstuderen, zie je veel duidelijker resultaat. In de politiek is het lastig te beantwoorden wat je nu eigenlijk bereikt hebt aan het eind van het jaar, waar dat als docent eenvoudiger is: 20 masters, 30 bachelors en positieve cursusevaluaties.

Denk je dan niet, jammer dat er niet meer goede mensen in de politiek zijn?
Het kriebelt af en toe wel. Als er ooit nog een kabinet Verhoeven-I (Stan Verhoeven, toekomstig premier van het land, red.) komt, houd ik me per direct beschikbaar voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Dat zou leuk zijn.

Ted en Simba

Dan over een andere hobby: we moeten het hebben over Ted en Simba, de beroemde teddyberen.
Deze beren hebben allebei een Hyves. Ze spreken regelmatig met Ellen (Marketing Department, red.). Petra heeft er één van meegegeven aan een bevriende stewardess, die hem in de business class van de KLM heeft gefotografeerd, net als voor de Petronas Towers in Kuala Lumpur, op Curaçao op het strand, in het Merriot hotel in Baghrein…die beer is overal geweest en heeft meer gereisd dan ik. Hij is verder uit Europa geweest dan ik ooit ben geweest. Misschien moet ik z’n voorbeeld eens volgen.

Als je iedereen vertelt iets met beren te hebben, heb je voor je het weet een heel weeshuis.

Ik zie meer beren hier, het is dus een soort hobby van je?
Ik ben nooit helemaal volwassen geworden of heb last van een opspelend vaderinstinct. 15 Jaar geleden op de Tilburgse kermis is het misgelopen op de schietkraam. Ik heb ze uitgedeeld aan onder andere mijn vrouwelijke collega’s, mijn sigarettenmeisje en heb er ook een paar gehouden. Als je iedereen vertelt iets met beren te hebben, heb je voor je het weet een heel weeshuis. Vraag me niet waarom, maar ik vind die beren hartstikke leuk.

Verzamel je ook beren uit bepaalde plaatsen?
Ja. Iedere beer heeft zo z’n verhaal [laat verschillende beren zien] van afkomst en degene die ‘m gegeven heeft. Veel beren zijn geschenken van collega’s en oud-collega’s.

Staan er nog meer reizen op het programma voor de beer?
Hij heeft het er nog niet over gehad, haha!

Cedric de schutter

Ons kwam ter ore dat schieten ook een hobby van je is. Kun je daar iets meer over vertellen?
Ja, ik schiet zo af en toe met een buks. Mensen krijgen daar wel rare ideeën van. Toch is het maar een luchtbuks waarmee je op kartonnen kaartjes schiet. Sportschieten heeft niks met geweld te maken. Het gaat om precisie. Juist als je gewelddadige bedoelingen hebt, zal je hartslag omhoog en je precisie omlaag gaan. Een luchtbuks heeft niet de kracht om mensen te verwonden. Wat mensen met voetbal of karate doen, is duizend keer erger dan je met sportschieten zou kunnen aanrichten. In die sporten zit meer gevaar en agressie.

Schieten is vooral een wedstrijd tegen mezelf, iedere keer probeer ik het beter te doen.

Hoe vaak hanteer je de buks?
Dat hangt van het seizoen af. In de zomer is dat zo’n twee of drie keer per week. Er gaan dan aardig wat doosjes aan kogels doorheen.

Waar haal je de kick vandaan?
De kick is vooral om het precies te krijgen. Ik merk heel erg dat wanneer ik veel aan m’n kop heb, precisie lager is. Het is vooral een wedstrijd tegen mezelf, iedere keer probeer ik het beter te doen. Na een weekje te veel werken en achter de pc zitten, kukel je weer een stukje terug.

Zou je het interessant vinden om te jagen op dieren?
Nee. Dat zeg ik niet omdat collega Ellen (docent aan het Department of Marketing, red.) een groot dierenliefhebber is, maar ik heb niet de behoefte om iets te doden voor voedsel. Ik hoef geen levend wezen te doden. Het gaat om de precisie van het raken. Met jagen heb ik helemaal niks. De lol is puur het schieten.

6 thoughts on “Interview Cedric Stalpers (part II)”

  1. Jasper van de Rijt schreef:

    Haha leuk stuk! Cedric, ik mis alleen de kabouters in dit verhaal! Daar had ik graag ook wat meer achtergrondinformatie over willen krijgen 😉

    Groeten aan Ted!

  2. Ellen schreef:

    Beste Cedric,

    Wat een leuk interview! Je beer Simba attendeerde mij er op. Ik heb echt het gevoel je weer een beetje beter te kennen (en ik kende je al best wel een beetje). En bedankt voor de vernoemingen…

    Ellen van Marketing

  3. Stan Verhoeven schreef:

    Puur genieten. Wat is het toch een held/cultfiguur. Mocht er ooit nog een kabinet Verhoeven-I komen dan zal ik aan je denken 😉

  4. Patricia schreef:

    Geweldig stuk, mooi geschreven had er graag bij willen zijn.
    Verder stel ik me als vrijwillig om Ted eens mee te nemen op reis 🙂

    Groetjes Patricia (a.k.a de koningin 😉 )

  5. Stan schreef:

    @ Patricia Wat leuk dat jij dit ook leest 🙂
    Wat vind je van het blog? Hoe gaat het met je?

  6. Michael Freriks schreef:

    Als titelbeschrijver bij de Koninklijke Bibliotheek moest ik net een onderzoekje van Cedric Stalpers uit 2001 catalogiseren. Dacht terug aan vroeger en de grootouders van Cedric, vroeger onze overburen in Den Haag en voor ons oom Jacques en tante Eline. Even goochelen en bij dit mooie intervieuw terecht gekomen. Leuk ook dat je met de buks schiet. Toen je vader nog jong was schoten we bij je grootouders thuis achter in de tuin, toen in Bilthoven, op restanten uit een oude pottenbakkerij. Hartelijke groet aan je oma en aan je vader ( Marc denk ik).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.